Margreet

Twijfels

Er zijn zo nu en dan periodes waarin het allemaal relatief goed gaat, dat het rustig is, een paar weken zonder echte incidenten. Afspraken worden redelijk nagekomen, geen onredelijke mailtjes, geen onverwachte verrassingen, geen verontrustende verhalen van de kinderen… Waarschijnlijk krijgt ze op zulke momenten genoeg aandacht van haar eigen partner of anderen in haar omgeving.

En tijdens die rustige periodes slaat bij ons soms de twijfel toe. Gedachten dat we het misschien helemaal mis hebben, het allemaal veel te negatief opvatten, dat zij misschien toch niet (zo) ziek is. Dat je je bijna schuldig voelt, omdat je haar tegenover familie of goede vrienden een heftige, onbevestigde diagnose hebt gegeven. Want dat borderline nogal een etiket is, realiseren we ons maar al te goed. Je bent dan even je eigen advocaat van de duivel en die twijfel maakt je gek.

Het is tegelijkertijd ook wel heel verleidelijk om even niet steeds op je hoede te zijn en het gevoel te hebben even te kunnen ontspannen. En hoe langer die tijdelijke rustige periode duurt, hoe minder je op je hoede bent.

Inmiddels weten we uit uitgebreide ervaring dat het slechts een kwestie van tijd is voordat zijzelf die twijfels en ontspanning wegneemt. Dat ze dan weer even keihard bevestigt dat haar geest en haar werkelijkheid echt verstoord zijn, dat we te maken hebben met een jaloerse, manipulatieve volwassen vrouw met de emotionele ontwikkeling van een 4-jarig kind.

Alsof ze zelf ook geschrokken is van de rust, of (en dit is waarschijnlijker) het gebrek aan aandacht, begint ze aan een flinke inhaalslag. Boze e-mails, afspraken die ze aan haar laars lapt, afspraken bij hulpverleners waar ze doodleuk niet komt opdagen, grote bedragen die van de kinderrekening worden uitgegeven aan haarzelf en haar eigen pleziertjes, weken dat de kinderen bij haar niks anders te eten krijgen dan friet, pannenkoeken en pizza, ga zo maar door, verzin het maar.

Haar onvoorspelbaarheid en onbetrouwbaarheid hakken er na zo’n relatief rustige tijd altijd weer keihard in. Het voelt bijna als een soort straf voor onze ontspannen houding en onze onnozelheid. Het enige wat we dan kunnen doen is elkaar aankijken, even diep ademhalen, onze rug rechten en onszelf schrap zetten voor weer een nieuwe strijd.

Dus hoewel we tijdens die rustige weken altijd (een klein beetje) op onze hoede blijven voor weer een nieuwe uiting van gekte, proberen we toch ook een beetje te genieten van die korte adempauzes. We hebben ze nodig!